DE FENNEMA'S
 


 

Opmerking van Dr. Richard Harms, curator van Heritage Hall:
De boerderij van de Fennema's lag aan Clyde Park Avenue, iets ten zuiden
van 68th Street in het zuiden van Kent County, thans bekend als Cutlerville.
De boerderij bestaat inmiddels uit appartementen.


 
Op 21 maart 1900 schreef Maaike Dirks van der Wagen, vrouw van  Jan Tietes Fennema, een brief aan haar zwager Gerrit Tietes Fennema en zijn familie in Amerika. Een kopie van deze brief is in het bezit van Heritage Hall van Calvin College Archives in Grand Rapids, Michigan. De brief is moeilijk te lezen vanwege oude spelling in combinatie met een pover handschrift. Veel woorden en diverse zinnen zijn onleesbaar om welke reden de brief niet letterlijk wordt aangehaald maar gekozen is voor een uittreksel. Zoals vermeld was de brief gericht aan Gerrit Tietes Fennema en zijn familie. Voor zover bekend emigreerden zij in 1881 naar de Verenigde Staten en vestigden zich in Michigan. Maaike hield hen op de hoogte van wat er gaande was in Hallum. De dag voor 21 maart 1900 hadden zij zelf een brief van Gerrit ontvangen. Kennelijk hadden zij daar lang naar uitgekeken:

Wij hebe gisteren uwe brief ontvangen met het potret. Lang hebe wij uitgezein, het vervulde ons al maar met blijdschap. In gezondtheid mogten wij het leese en het verblijde ons dat gij allen nog gezondt waardt want hoe meenige dei aan het zeikbed gekluistert zijn en door de dood zijn weggerukt.

Jan & Maaike hadden meer goede redenen om blij te zijn dat zij in goede gezondheid verkeerden::

Heeden luijd heir weer de doodklok, de aarde heeft zijnen mond weer geopendt en de doode wort erin gelegd. Het is uw een nog welbekende man, het is Aarjen Dikstra om het uw kort duideleijk te maken. Wij zege dan Aarjen en teit nog een arbeider bij Johannes Boersma geweest vroeger. In zeven dagen teijd aan longontsteek en het was juist .... jaar geleeden dat haar dochter haar man overleden was aan longontsteeken.
Gij vraagt naar Johannes Boersma*. Dei leeft neit meer. Hij is in september 1899 overleeden te Marssum bij Metje maar ligt heir begraaven. Is neit zeik geweest maar geheel uitgeleefd net als een bloem uitgaat. Metje het nogal wat te doen hadt met hem. Zij moest hem bepede als een klein kind. Hij heeft Metje zijn goed toemaakt dat hij van Oense kreegen heeft, zeven duizend gulden. Metje het 4 kinders, 2 jongens en twee meisjes en Tjale het ook twee jonges en een meisje maar er is ale daagen weer een te wagten.
Heir ben al meer overleeden. Teke ...., Albert Koopman, Houtse Tjepkema dei het hem zelf ophangen, zijn vrouw aan longontsteeken overleden, Eelse Zenema, Mein Zuidema's Antje. Op dit oogenblik staat Doeke Jipes de dood voor oogen. Gabe Hesels de Groot dei het zijn vrouw verlooren. Dei is te Leeuwarden in het zeikenhuis overleeden. Zij was daar opneemd daar hoort men teegenwoordig zoo veel van. En haar moeder was bij haaren in de kost, dei is ondertussen ongesteld worden doet Zeiberig in 't zeikenhuis was en is ook overleeden. Zeiberig is half één overleeden en één uur werde haar moeder utgedraagen, oude Botje.

Blijkbaar had Gerrit Tietes Fennema vanuit Amerika naar de Boerenoorlog in Zuid-Afrika geinformeerd:

Gij vraagt naar de oorlog. Ja, de koranten melden veel van dei onregtvaardige oorlog. Wij hebe twee maal bidstond voor haaj houden in de griffemeerde gemeenten in Neederland. Eerst voor het uitbreeken en zoon twee weeken weer een. Elke zondag bidt domenij erenstig met de gemeente voor haar maar hij vreese het ergste voor haar. En dan zoon onregtvaardige  zaak wat alleen tranen en zugten en bloed kost. Het engeland is zoo magtig en de boeren zoo klein in getal. Als wij er inkome dan is 't ons nagt en dag een smartelijke gedagte. Och, dat de Heere nog maar een wonderleijke utweg geeve mogte maar het lijkt donker voor ons oog. Zij hebe Bloemfontijn al verlaaten, daar zijn de engelsen ongestoord binen gegaan. Heir wort ook veel voor haar gekoleteerd. Meester van Pleysen is er zoon één jaar ook heen gegaan met zijn gezin. Daar ben twee zoonen van Gerrit Oenses, zoon van Take Boomsma.

De brief vervolgt met de stand van zaken binnen de familie:

Maar de kinders van Iede en Zaakje** gaat goed. Aaltje het 4 jonges en een meisje en een meisje verlooren. Peiter twee kinders. Ibeltje een jonge, Freerk. Jantje is trouwd met Aldert Tjepkema, zoon van Houtse. Dei hebe geen, Tjite heeft ook geen en dat lijkt er ook neit van. Tjite is een heele boer, hij heeft elf stuks koeien en veel schaapen.

Het volgende deel van de brief is onleesbaar. Het lijkt te gaan over een aantal mensen dat is overleden maar de namen zijn geheel onduidelijk. Vervolgens dwaalt Maaike enigszins af en filosofeert over de dood alvorens zij weer de draad van familie-perikelen oppikt:.

Wij hebe neit geweeten als Ybeltje weer getrouwd was. Wat hebt gij al een boel pake en bebe zeggers.
Wij wensen haar alen maar toe zeegen en voorspoed.
Wij hebe nog geen getrouwden. Ibeltje wort bij wel zijn de 19 mei 25 jaar, Peitertje is in november 23 worden, dirkje wort morgen 22 st 17 jaar en Tjite (zie foto) de 30 deeses 14. Peitertje blijft bij haar ouwde boer. Daar is zij nu 3 jaar. Dirkje komt bij Krelis Meekma. Ibeltje en Tjite bene in huis . Jan het al veel genot van Tjite.
Wij hebe 12 lamen bij 13 schaapen, één dood van de 13. Wij hebben weer een kalfhokeling. De Heere het ons nu twee jaar zoo gezegend, Hem komt aleen toe de dank en de eer.

Nu zal ik uw nog wat vertele, vreemd zult gij denk ophoore.Tjite Jans het heir 39 jaar woond, dat ben uw ouders en Jan Tjites aanstaande mei 26 jaar en nu hout het op. Wij kome heir nu de 12 mei weg. Douwe Wijnia is in het voorig jaar plotslings op weg naar huis overleeden in aprilen het bleek dat hij onder de shuld zat. Dus moest ales verkocht. Doe hebe wij van april tot ocktober een zuchtende tijd door bracht.

De laatste bladzijde van de brief lijkt te verhalen over de zware tijden waarmee Jan & Maaike van doen kregen maar het is niet duidelijk waar het precies over gaat. Het schijnt betrekking te hebben op grote problemen met de koop of verkoop van een huis en land maar het blijft gissen. De brief vertelt erover maar het is helaas onleesbaar.

Maaike eindigt haar brief met de opmerking:

“Wij hebe de 20 uw brief ontvangen. Neit weer zoolang wagte”.


* Johannes Tjalles Boersma (1829-1899), gehuwd met Barber Enneus Rijpma op 15 mei 1862 in Oostdongeradeel.
** Yde Pieters Talsma and Saakje Tietes Fennema. Saakje was en zus van Jan en Gerrit.